



het id
Burn-out is een psychologische term voor het gevoel opgebrand te zijn, geen energie of motivatie meer vinden voor de bezigheden op het werk. De term burn-out werd begin jaren '70 voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse psychotherapeuten Herbert Freudenberger en Christina Maslach. De opvatting van de laatste is inmiddels dominant geworden. Burn-out bestaat in haar opvatting uit drie, min of meer samenhangende verschijnselen:
Deze opvatting ligt tegenwoordig onder vuur. Het verminderde gevoel van zelfvertrouwen lijkt geen centraal onderdeel van het burn-out-syndroom te zijn; terwijl een aantal wetenschappers burn-out als een vorm van depressie, dan wel gewone, zij het extreme, vermoeidheid ziet (en dus niet als een op zichzelf staand begrip).
Verondersteld wordt wel dat een burn-out kan ontstaan na een teveel aan stress op het werk en met name een risico is voor idealistisch ingestelde werknemers, aangezien de confrontatie met de werkelijkheid juist voor deze mensen vaak nogal tegenvalt.
risicogroepen
Niet alle beroepsbeoefenaars lijken een gelijke kans te hebben om opgebrand te raken. Traditioneel "burn-out-gevoelige" beroepsgroepen zijn de gezondheidszorg en het onderwijs. Het is niet onmogelijk dat de relatief sterke positie van de vakbonden in deze sectoren debet is aan het feit dat er veel aandacht is voor werkstress en burn-out in het onderwijs en de gezondheidszorg.
Traditioneel zouden oudere werknemers vaker opgebrand zijn dan jongeren, maar dat is vermoedelijk vooral te wijten aan het feit dat burn-out vroeger in Nederland een grond was voor een WAO-uitkering. Ook zouden vrouwen eerder opgebrand zijn dan mannen, maar dat heeft te maken met het feit dat vrouwen vaak in risicoberoepen als de zorg en het onderwijs werkzaam zijn. Het is niet gemakkelijk om algemene risicogroepen te onderscheiden.
Helaas is wel aangetoond dat juist de betrokken en gedreven werknemers, het meest risico lopen op een burnout.